Belastingen

TARIEVEN EN VRIJSTELLINGEN SCHENK- EN ERFBELASTING INGAANDE 1 JANUARI 2019

De tarieven en vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting voor het jaar 2019 zijn thans bekend. Zie onder "Schenk- en erfbelasting".

SCHENKINGSVRIJSTELLING VAN € 102.010,00 VOOR EIGEN WONING INGAANDE 1 JANUARI 2019

Ingaande 1 januari 2019 is er een schenkingsvrijstelling voor een eigen woning van € 102.010,00, welke over drie achtereenvolgende kalenderjaren mag worden verspreid voor zover de schenkingen plaats vinden in de periode dat de verkrijger niet ouder dan 40 jaar is. 

WAAR LET DE BELASTINGDIENST OP BIJ DE AANGIFTE INKOMSTENBELASTING 2018?

In het Jaarplan 2019 van de Belastingdienst staat onder meer dat de eigen woning en resultaat uit overige werkzaamheden de komende jaren aandachtspunt zijn bij het controleren van de aangiften.

VRIJGESTELD VERMOGEN IN BOX 3 VOOR HET JAAR 2019 BEKEND

Uit het Belastingplan 2018 blijkt dat het vrijgesteld vermogen in box 3 voor het jaar 2018 € 30.360,00 bedraagt. Fiscaal partners hebben recht op een vrijstelling van € 60.720,00. AOW'ers hebben al vanaf 1 januari 2016 dezelfde vrijstelling als niet-AOW'ers. Zij hebben geen recht meer op een extra hoge vrijstelling, omdat de ouderentoeslag met ingang van voormelde datum van 1 januari 2016 is vervallen.
De hoogte van de vrijstelling is niet alleen van belang voor de te betalen belasting in box 3, maar onder andere ook voor het recht op toeslagen en voor de eigen bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz), voorheen bekend als Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), alsmede voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het maximaal toegestaan vermogen voor de huurtoeslag bedraagt € 30.360,00 (€ 60.720,00 voor fiscaal partners). Het maximaal toegestaan vermogen voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget bedraagt € 114.776,00 (€ 145.136,00 voor fiscaal partners).

Kom in actie als u uw toeslagen wilt behouden als u net iets teveel vermogen heeft. Overweeg om uw vermogen te verlagen door grote uitgaven nog dit jaar te betalen, contant geld in huis te halen en zo gebruik te maken van de vrijstelling voor contant geld (€ 517,00 per persoon), uw hypotheek (deels) af te lossen, dan wel een schenking te doen. Toeslagen zijn immers inkomensafhankelijk en onderneem daarom alleen maar actie als het (echt) de moeite waard is.  

EXTRA MAAND VOOR INDIENEN BELASTINGAANGIFTE VANAF HET JAAR 2016

Iedereen die een uitnodiging van de Belastingdienst krijgt voor het indienen van de inkomstenbelastingaangifte over een kalenderjaar moet die aangifte in principe voor 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar bij de Belastingdienst indienen. Door deze extra-maand wil de Belastingdienst er onder meer voor zorgen dat nog meer mensen de voorafingevulde aangifte gebruiken. Het blijft overigens wel mogelijk om uitstel aan te vragen tot 1 september van het daaropvolgende kalenderjaar.

Wie echter belasting moet bijbetalen kan echter beter voor 1 mei zijn aangifte indienen. Daardoor wordt voorkomen dat naast de belasting ook belastingrente betaald moet worden over het bedrag van de aanslag. Wie de garantie wil hebben dat hij zijn belastingteruggaaf voor 1 juli op zijn bankrekening heeft bijgeschreven, moet voor 1 april aangifte doen.

VERLAGING OVERDRACHTSBELASTING STRUCTUREEL

De inmiddels afgetreden staatssecretaris Frans Weekers van Financiën heeft een beleidsbesluit gepubliceerd waarin staat dat het overdrachtsbelastingtarief voor woningen met ingang van 1 juli 2012 structureel wordt verlaagd naar twee procent (2%). Zie verder onder "Overdrachtsbelasting".

VERRUIMING TERMIJN DOORVERKOOP OVERDRACHTSBELASTING

Vooruitlopend op een wetswijziging heeft de staatssecretaris van Financiën aangekondigd om de huidige termijn van zes (6) maanden te verruimen tot zesendertig (36) maanden. Zie verder onder "Overdrachtsbelasting".

OVERGANGSREGELING BTW-VERHOGING NIEUWBOUW

Met ingang van 1 oktober 2012 wordt het algemene tarief verhoogd van 19% naar 21%. Zie verder onder "Omzetbelasting".

Op grond van een tijdelijke maatregel om de economie te stimuleren geldt sinds 1 maart 2013 een BTW-tarief van 6% in plaats van 21% voor verbouwingen (onder voorwaarden).  Het lage BTW-tarief voor verbouwingen geldt nog tot 1 juli 2015. 

MANTELZORGCOMPLIMENT EN ERFBELASTING

Staatssecretaris Van Rijn (VWS) heeft in een brief van 20 juli 2013 aan de Tweede Kamer laten weten het voornemen te hebben het huidige mantelzorgcompliment met ingang van 1 januari 2015 niet langer te laten bestaan. Het compliment wordt dan een expliciete taak van gemeenten die mogen bepalen hoe zij de waardering voor mantelzorgers tot uiting willen brengen. Daarmee vervalt echter de toepassing van de hoge partnervrijstelling voor de erfbelasting voor mantelzorgende kinderen en ouders.

De partnervrijstelling voor de erfbelasting is van toepassing als er sprake is van een partner. In de praktijk neemt een kind vaak een deel van de zorg van de langstlevende ouder op zich. Bij het overlijden van de ene ouder, kunnen de andere ouder en het kind in beginsel niet elkaars partner zijn omdat zij elkaars bloedverwant in de rechte lijn zijn. Op grond van een regeling in de Successiewet 1956, kunnen de andere ouder en het kind thans toch als elkaars partner worden aangemerkt. Het kind moet dan in het jaar voorafgaand aan het overlijden van de ouder een Wmo-uitkering hebben genoten in verband met verleende zorg (mantelzorgcompliment). Als het kind kwalificeert als partner, kan hij de partnervrijstelling toepassen. Hetzelfde kan overigens gelden in de omgekeerde situatie, namelijk als de ouder de zorg voor het kind op zich heeft genomen en hiervoor een mantelzorgcompliment ontvangt.

 

Toeslagen

Inkomenstoets voor zorgtoeslag en huurtoeslag

Tot een bepaalde inkomensgrens heeft men recht op zorg- en huurtoeslag. Het inkomen waarboven het recht op zorgtoeslag vervalt is voor alleenstaanden € 29.562,00 en voor toeslagpartners € 37.885,00. 

Het inkomen waarboven het recht op huurtoeslag vervalt is voor alleenstaanden € 22.700,00 (voor AOW-ers
€ 22.675,00) en voor toeslagpartners € 30.825,00 (voor AOW-ers € 30.800,00). 

Naast de inkomenstoets is er tevens een vermogenstoets van toepassing.

Vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget

Wie op 1 januari 2019 méér dan € 114.776,00 vermogen heeft (en € 145.316,00 voor toeslagpartners ), krijgt geen zorgtoeslag en kindgebonden budget meer. De overwaarde van de eigen woning of het bezit van een auto heeft geen invloed op de zogenoemde "vermogenstoets" voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

Vermogentoets voor de huurtoeslag

U krijgt geen huurtoeslag meer als uw vermogen op 1 januari 2019 boven de box-3-vrijstelling uitkomt. Dit bedrag is voor het jaar € 30.360,00 (en € 60.720,00 voor toeslagpartners).

 

 

WLZ

 

Met ingang van 1 januari 2013 geldt een vermogensinkomensbijtelling voor zowel de Wet Langdurige Zorg (WLZ), voorheen bekend als Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), als voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze bijtelling houdt in dat met ingang van 1 januari 2019 4% van het vermogen in box 3 (was voorheen: 8%), voor zover dat meer is dan het heffingsvrije vermogen, zal worden meegeteld bij het bijdrageplichtig inkomen. Het heffingsvrije vermogen is voor alleenstaanden met ingang van 1 januari 2019 € 30.360,00. Voor partners geldt het dubbele. 

Kortgezegd betekent dit voor u dat u uw vermogen moet 'opeten'. Met een goed advies en/of estate-planning (zie hoofstuk Estate Planning) kunt u dit wellicht voorkomen. 

Het is de vraag of de (grote) onrust over de eigen bijdrage, mede door de media en door de georganiseerde informatiebijeenkomsten over dit onderwerp, altijd wel terecht is. De ongerustheid leidt soms tot onnodige en soms zelfs ronduit ongunstige beslissingen. Veel mensen denken bijvoorbeeld als eerste aan het overdragen van de woning aan de kinderen. Overdracht van de woning aan kinderen zitten echter veel fiscale haken en ogen, waardoor dat over het algemeen niet aantrekkelijk is. De eigen woning (hoofdverblijf, box 1) telt echter niet mee als vermogen voor de berekening van de eigen bijdrage WLZ, zolang slechts één van beide partners wordt opgenomen in een WLZ-instelling en de andere partner in de woning blijft wonen. Is er geen partner dan telt de eigen woning vaak de eerste vier tot vijf jaar niet mee.

 



[ SITEMAP ]